Met ingang van aanslagjaar 2024 (boekjaren die eindigen op of na 31 december 2023) gelden er striktere CFC-regels. De bedoeling van deze regels is om de niet-uitgekeerde winsten van laagbelaste buitenlandse dochtervennootschap of inrichting (alsnog of bijkomend) te belasten in België.
In de praktijk zullen de nieuwe CFC regels vaker van toepassing zijn. Maar ook de aangifteverplichting is veel ruimer dan voorheen – en dient te worden nageleefd zelfs indien een vrijstelling van CFC-regels kan worden toegepast én er zelfs geen daadwerkelijke CFC-heffingen in België zijn.
Indien deze aangifteverplichting niet accuraat wordt nageleefd, zal de belastingadministratie de ingediende aangifte in de vennootschapsbelasting als “onjuist” of “onvolledig” kunnen beschouwen (met alle gevolgen van dien).
Nieuwe regels met praktische voorbeelden.
Aan de hand van praktische voorbeelden worden de nieuwe regels besproken, waarbij o.m. de volgende vragen beantwoord:
- Welke buitenlandse dochtervennootschappen en vaste inrichtingen komen in aanmerking voor de CFC regels?
- Zijn er bepaalde uitzonderingsvallen die de belastingplichtige kan inroepen?
- Waarom zijn de CFC regels beperkt tot passieve inkomsten? En wat moeten we onder passieve inkomsten begrijpen?
- Kan de buitenlandse belasting van de CFC worden verrekend met de Belgische vennootschapsbelasting? Onder welke voorwaarden?
- Wat als de niet-uitgekeerde winst (belast onder de CFC regels) nadien wordt uitgekeerd? Hoe kan dubbele belasting worden vermeden?
- Hoe zien de aanslag- en controletermijnen eruit als de CFC regels toepassing vinden?
- Hoe verschillende huidige aangifteverplichtingen met de verruimde rapporteringsvereisten onder de nieuwe regels?